zaterdag 26 januari 2013




Aasgieren

toen hebzucht
blind en doof gemaakt
nog enkel oor had
voor de gouden pot aan ’t einde
van de houten kist
lachte hij in zijn vuist
maar ‘t deed hem pijn
daar eenzaamheid
hem doodde
nog eer zijn einde kwam

toen was nog slechts
het ongeschreven schuldgevoel
in hem
het besef dat gieren aasden
wenend
groetend
tonend
aan wie ’t getoond moest worden
boven zijn houten kist
en ‘t deed hem pijn
hij wou zo graag vergeven
en vergeven worden
voor wat hij niet gegeven had
wanneer zijn einde kwam


toen restte niets
tenzij dat ene gevoel
van onbeschreven schuld
van al zijn lieve
zo ontrouwe vriendinnen
en hun verwijt dat zij
niets kregen
van die gouden pot
boven zijn houten kist
en ‘t deed hem pijn
toen hij een laatste keer
zich vroeg
waar zij gebleven waren
toen hij hun warmte nodig had


© 25-10-2005




Kloppend hart

zoals een winterzon
de dag begroet
mijn oog verblindt

zoals een nachtegaal
steeds opnieuw
zijn mooiste liedje zingt


zoals het warme avondrood
dankbaar zwijgt
wanneer de nacht begint

zo warm
kunnen woorden voelen
in de nacht
zo kloppend
een hart
dat vrienden heeft

© 21-10-2005